Op deze pagina vindt u meer informatie omtrent de verblijfsregeling die ouders met elkaar dienen af te spreken als ze apart wonen en minderjarige kinderen hebben.

Vanuit het kinderrechtenverdrag wordt er gesteld dat elk kind recht heeft op persoonlijke ontmoetingen met beide ouders als de ouders apart wonen. Ouders kunnen bijgevolg niet afspreken dat het kind geen recht meer heeft op ontmoetingen met een ouder.

De meeste kinderen hebben baat bij een duidelijke verblijfsregeling. Voorspelbaarheid en overzichtelijkheid brengen meestal rust. Om misverstanden en conflicten te vermijden, kunnen ouders helder afspraken maken (eventueel met de hulp van een bemiddelaar in familiezaken), zodat voor iedereen duidelijk is waar het kind op een bepaalde dag en een bepaald uur verblijft.

De afgesproken verblijfsregeling stopt in principe als het kind 18 jaar wordt of huwt of ontvoogd wordt. In de praktijk wordt de afgesproken verblijfsregeling vaak vroeger aangepast. Veranderde omstandigheden zorgen dikwijls voor een heronderhandeling van de verblijfsregeling.

Sinds de wet van 18 juli 2006 werd goedgekeurd (= wet betreffende het bevoorrechten van een gelijkmatig verdeelde huisvesting van het kind van wie de ouders gescheiden zijn en tot regeling van de gedwongen tenuitvoerlegging inzake huisvesting van het kind) zijn er heel wat misverstanden ontstaan rond de verblijfsregeling. Dus bij deze een woordje uitleg omtrent deze wet.

 

 

De wet van 18 juli 2006 zegt dat

  • de rechter de afspraken van gescheiden ouders m.b.t. de huisvesting van hun kind(eren) dient te homologeren als ouders hierover onderling een akkoord hebben. Hij kan de homologatie (= bevestiging in een vonnis) enkel weigeren indien het strijdig is met het belang van het kind. Hij kan het echter niet weigeren als de afspraken ingaan tegen de persoonlijke visie van de rechter. Dit betekent m.a.w. dat de ouders vrij zijn om die verblijfsregeling te kiezen die best bij hun concrete situatie past (hoofdverblijf bij één ouder of verblijfsco-ouderschap of verblijfsregeling op maat).
  • de rechter – indien er geen akkoord is tussen de ouders – dient te onderzoeken of verblijfsco-ouderschap (ook wel bilocatie of gelijkmatig verdeelde huisvesting genoemd) in die concrete situatie mogelijk is als één van de ouders die vraag stelt aan de rechtbank. Als de rechter oordeelt dat de gelijkmatig verdeelde huisvesting niet de meest gepaste oplossing is, dan kan de rechter een ongelijk verdeeld verblijf vastleggen. Met andere woorden de rechter is verplicht om verblijfsco-ouderschap te onderzoeken maar niet om het op te leggen. Hij moet zijn beslissing wel uitgebreid motiveren en melden waarom hij de regeling die hij oplegt de beste oplossing vindt.

Volledigheidshalve: hoofdverblijf bij ouder B wil zeggen dat het kind meer tijd bij ouder B doorbrengt dan bij ouder A. Bijvoorbeeld 12 dagen bij ouder B en 2 dagen bij ouder A OF 4 dagen bij ouder B en 3 dagen bij ouder A OF 5 dagen bij ouder B en 2 dagen bij ouder A, ….

Bij verblijfsco-ouderschap verblijft het kind evenveel tijd bij moeder en vader. De verblijfsperiode kunnen ouders vrij bepalen: bijvoorbeeld 2 dagen of 1 week of 14 dagen afwisselend bij moeder en vader.

Vaak wordt in deze context de vraag gesteld: wat is de beste verblijfsregeling voor een kind?

Er werd hierover reeds menig wetenschappelijk onderzoek gedaan en hieruit blijkt dat de beste verblijfsregeling die regeling is die door beide ouders in onderling overleg wordt vastgelegd (eventueel met de hulp van een bemiddelaar in familiezaken) waarbij er een goede omgangsmogelijkheid is voor het kind met zijn beide ouders. Bij een dergelijke regeling worden de kansen op conflict immers tot een minimum herleid. Dit in tegenstelling tot een regeling die opgelegd wordt door een rechter waar 1 of zelfs beide ouders niet mee akkoord zijn.

Gezien ieder kind en iedere context anders is, betekent dit ook dat iedere verblijfsregeling anders is als u rekening houdt met de concrete situatie. In de ene situatie zal dit betekenen dat hoofdverblijf bij ouder A en regelmatig contact met ouder B de meest gepaste regeling is, in de andere situatie zal dit verblijfsco-ouderschap betekenen en in nog een andere situatie een variant hierop…